Filosofie

Designed by nature

Elk mens, elk gebit en elk gebitselement is uniek. Wist u dat het 10 tot 12 jaar duurt voordat een tand of kies tot volle wasdom gekomen is?  Vanaf het 6e levensjaar breken gemiddeld de eerste blijvende tanden en kiezen door, maar het duurt nog tot het 10e tot 12e levensjaar voordat de wortels van betreffende gebitselementen volledig zijn afgevormd.

Tandweefsel is het hardste weefsel van ons lichaam, het is uitermate sterk en kan enorme krachten en invloeden van buitenaf weerstaan. Het deel van de tand dat zichtbaar is wordt ook wel de kroon genoemd. Deze bestaat uit verschillende lagen. In het centrum bevindt zich de pulpa (tandmerg), een vaat-zenuwstreng die  zorgt voor gevoel in de tand en voeding van het tandbeen van binnenuit. Om de pulpa heen is het dentine (tandbeen) gelegen, deze zorgt voor de benodigde flexibiliteit. De buitenste laag bestaat uit het glazuur. Dit is de hardste laag van de tand en geeft de tand rigiditeit, beschermt de tand onder andere tegen temperatuurverschillen, zuren en mechanische slijtage.

De gelaagdheid van het weefsel geeft een palet aan kleuren, transparanten en fluorescentie. Elke tand of kies heeft een specifieke vorm die per persoon anders is.  Een gebitselement is te beschouwen als een juweel of kunstwerk ontworpen door de natuur en dient als zodanig te worden gerespecteerd en behandeld. Deze is dan ook niet zonder meer te repareren of te vervangen, het vergt behalve vakmanschap ook hoogwaardige artistieke bekwaamheid.

 

Less is more – minimaal invasief, maximaal effectief

Omdat de natuur onze gebitselementen met perfectie heeft ontworpen is het belangrijk om gezonde weefsels zoveel als mogelijk te behouden. Onze benadering is erop gericht weefsels gezond te maken en te houden door de cliënt bewust te maken van specifieke processen die zich in hun mond afspelen. Aanpassing van (voedings-)gewoonten kunnen tot een spectaculaire verbetering leiden, zonder dat er enige behandeling heeft plaatsgevonden. Uitgangspunt bij behandelingen is: minimaal invasief, maximaal effectief.

Laserbehandeling:  gezond tandvlees is de basis van een gezond gebit. Chronische tandvlees ontstekingen die na uitgebreide reiniging niet genezen, worden in de regel behandeld door middel van een flapoperatie. Gevolg van een flapoperatie is dat er tandvlees en onderliggend bot verloren gaat en er donkere ruimtes tussen de tanden kunnen ontstaan. Wij geven de voorkeur aan een laserbehandeling boven een flapoperatie ter voorkoming van zogenaamde “dark spaces” tussen de tanden. Bovendien is de behandeling veel minder belastend dan een operatie en kan meestal zonder verdoving worden uitgevoerd.

Biomimetische benadering: sinds de vroege jaren ’90 beschikken we over restauratie materialen die zich de afgelopen 2 decennia hebben bewezen. Hierdoor is het niet meer noodzakelijk om ondersnijdingen uit gaatjes te verwijderen of om extra houvast te creëren voor een restauratie. Zo kan voorkomen worden dat er onnodig  gezond tandmateriaal weg wordt geslepen. Tevens is het mogelijk om de zenuw na het boren te beschermen, waardoor een wortelkanaalbehandeling beter kan worden voorkomen. Als een tand of kies eenmaal is ontzenuwd dan is de overlevingskans sterk verminderd. Om een afgebroken tand of kies weer op te bouwen werd vroeger een wortelkanaalstift gebruikt. Dit gaf een sterk verhoogde kans op breuk van de wortel waardoor de tand verloren ging. Gelukkig is gebruik van een wortelkanaalstift  met de huidige bonding technieken niet meer noodzakelijk, waardoor  kans op breuk van de wortel sterk is afgenomen.

Directe vervanging van een tand of kies: als een tand of kies niet meer te behouden is dan heeft directe vervanging met behulp van een implantaat de voorkeur. Dit betekent dat de tand of kies vooraf niet verwijderd wordt, dit om de omvang van de tandkas, het bot, en het tandvlees maximaal te behouden. Uit onderzoek is gebleken dat bij verwijdering van een tand of kies één kwart tot de helft van de weefsels (bot en tandvlees) verloren gaan gedurende het genezingsproces. Bij directe vervanging van een tand wordt de tand verwijderd, eventueel ontstekingsweefsel verwijderd, de tandkas opgevuld met ondersteunend materiaal, een implantaat aangebracht en een tijdelijke kunststof kroon op het implantaat aangebracht. Op deze manier worden de bestaande weefsels maximaal behouden. Als een tand of kies te zwak is geworden om te behouden dan is het belangrijk dat dit tijdig onderkend wordt. Bij te lang behoud van een gebitselement met een ontsteking kan er veel bot verloren gaan waardoor een minimaal invasieve benadering niet meer mogelijk is.